De of het rustuur?

Het juiste lidwoord is:

het rustuur

  • Meervoud: de rusturen
  • Verkleinwoord: het rustuurtje
Betekenis periode die men gebruikt om uit te rusten

Zo gebruik je rustuur

Met lidwoordhet rustuur
Dit of dezedit rustuur
Dat of diedat rustuur
Ons of onzeons rustuur
Jouwjouw rustuur
Elk of elkeelk rustuur
Welk of welkewelk rustuur?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot rustuur, het grote rustuur
Meervoudde rusturen, deze rusturen

Voorbeeldzinnen met rustuur

  • Omdat het rustuur was.
  • Minister Opstelten wil af van de bijzondere arbeidstijdenregeling van de politie.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).