De of het afscheider?

Het juiste lidwoord is:

de afscheider

  • Meervoud: de afscheiders
  • Verkleinwoord: het afscheidertje
Betekenis apparaat dat ervoor zorgt dat iets van iets anders afgescheiden wordt sterk lijkend op een scheider

Zo gebruik je afscheider

Met lidwoordde afscheider
Dit of dezedeze afscheider
Dat of diedie afscheider
Ons of onzeonze afscheider
Jouwjouw afscheider
Elk of elkeelke afscheider
Welk of welkewelke afscheider?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote afscheider, de grote afscheider
Meervoudde afscheiders, deze afscheiders

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).