De of het roodkeelbospatrijs?

Het juiste lidwoord is:

de roodkeelbospatrijs

  • Meervoud: de roodkeelbospatrijzen
  • Verkleinwoord: het roodkeelbospatrijsje
Betekenis (hoendervogels) Arborophila rufogularis een vogel uit de familie fazantachtigen (Phasianidae). De wetenschappelijke naam van de soort is voor het eerst geldig gepubliceerd in 1850 door Edward Blyth.

Zo gebruik je roodkeelbospatrijs

Met lidwoordde roodkeelbospatrijs
Dit of dezedeze roodkeelbospatrijs
Dat of diedie roodkeelbospatrijs
Ons of onzeonze roodkeelbospatrijs
Jouwjouw roodkeelbospatrijs
Elk of elkeelke roodkeelbospatrijs
Welk of welkewelke roodkeelbospatrijs?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote roodkeelbospatrijs, de grote roodkeelbospatrijs
Meervoudde roodkeelbospatrijzen, deze roodkeelbospatrijzen

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).