De of het legplank?

Het juiste lidwoord is:

de legplank

  • Meervoud: de legplanken
  • Verkleinwoord: het legplankje
Betekenis horizontale plank waarop men bijvoorbeeld kleding kan bergen

Zo gebruik je legplank

Met lidwoordde legplank
Dit of dezedeze legplank
Dat of diedie legplank
Ons of onzeonze legplank
Jouwjouw legplank
Elk of elkeelke legplank
Welk of welkewelke legplank?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote legplank, de grote legplank
Meervoudde legplanken, deze legplanken

Voorbeeldzinnen met legplank

  • Kasten en salontafels ontbreken, passagiers moeten het qua bergruimte doen met de vloer en een enkele legplank.
  • U stelt uw ideale kledingrek zelf samen door te kiezen voor uw favoriete opstelling, kleur en afwerking, al dan niet met extra roedes of legplanken, tot zelfs een uitklapbaar bureaublad.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).