De of het ref?

Het juiste lidwoord is:

de ref

  • Meervoud: de refs
Betekenis (sport, informeel) persoon die bewaakt dat deelnemers aan een wedstrijd zich aan de spelregels houden

Zo gebruik je ref

Met lidwoordde ref
Dit of dezedeze ref
Dat of diedie ref
Ons of onzeonze ref
Jouwjouw ref
Elk of elkeelke ref
Welk of welkewelke ref?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote ref, de grote ref
Meervoudde refs, deze refs

Voorbeeldzinnen met ref

  • De enige speler die met de ref mag spreken is de aanvoerder en ook hij moet op zijn woorden passen.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).