De of het baroktijd?

Het juiste lidwoord is:

de baroktijd

Betekenis (geschiedenis) periode van 1600 tot 1750

Zo gebruik je baroktijd

Met lidwoordde baroktijd
Dit of dezedeze baroktijd
Dat of diedie baroktijd
Ons of onzeonze baroktijd
Jouwjouw baroktijd
Elk of elkeelke baroktijd
Welk of welkewelke baroktijd?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote baroktijd, de grote baroktijd

Voorbeeldzinnen met baroktijd

  • Het bouwwerk uit de baroktijd groeide uit tot een van de symbolen van de stad en fungeerde als decors in veel films, waaronder La Dolce Vita (1960) van Federico Fellini.
  • Er is nu al meer hedendaagse muziek voor blokfluit, dan bewaard is gebleven uit de baroktijd.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).