De of het radiomonteur?

Het juiste lidwoord is:

de radiomonteur

  • Meervoud: de radiomonteurs
Betekenis iemand die voor zijn beroep radio's bouwt, onderhoudt of repareert

Zo gebruik je radiomonteur

Met lidwoordde radiomonteur
Dit of dezedeze radiomonteur
Dat of diedie radiomonteur
Ons of onzeonze radiomonteur
Jouwjouw radiomonteur
Elk of elkeelke radiomonteur
Welk of welkewelke radiomonteur?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote radiomonteur, de grote radiomonteur
Meervoudde radiomonteurs, deze radiomonteurs

Voorbeeldzinnen met radiomonteur

  • De radiomonteur bouwde illegale radio's tijdens de Tweede Wereldoorlog voor het Verzet.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).