De of het privégeld?

Het juiste lidwoord is:

het privégeld

  • Meervoud: de privégelden
Betekenis geld dat direct afkomstig is van particulieren; geld dat men mag besteden voor privédoeleinden

Zo gebruik je privégeld

Met lidwoordhet privégeld
Dit of dezedit privégeld
Dat of diedat privégeld
Ons of onzeons privégeld
Jouwjouw privégeld
Elk of elkeelk privégeld
Welk of welkewelk privégeld?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot privégeld, het grote privégeld
Meervoudde privégelden, deze privégelden

Voorbeeldzinnen met privégeld

  • Alles wat hier is, heeft bijna een miljoen gekost, betaald uit publiek en privégeld.
  • Zij zitten samen nog met meer dan twaalf miljoen privégeld in de club.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).