De of het privé-eigendom?

Het juiste lidwoord is:

het privé-eigendom

  • Meervoud: de privé-eigendommen
Betekenis 1. een persoonlijk bezit 2. het verschijnsel dat mensen als persoon zaken kunnen bezitten

Zo gebruik je privé-eigendom

Met lidwoordhet privé-eigendom
Dit of dezedit privé-eigendom
Dat of diedat privé-eigendom
Ons of onzeons privé-eigendom
Jouwjouw privé-eigendom
Elk of elkeelk privé-eigendom
Welk of welkewelk privé-eigendom?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot privé-eigendom, het grote privé-eigendom
Meervoudde privé-eigendommen, deze privé-eigendommen

Voorbeeldzinnen met privé-eigendom

  • "Als dit land in handen komt van een buitenlands bedrijf, en het privé-eigendom wordt, dan moeten ze met me doen wat ze willen.
  • De lokale autoriteiten zien het gevaarte als "privé-eigendom" en hebben het om die reden naar eigen zeggen niet verplaatst.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).