De of het prins-bisschop?

Het juiste lidwoord is:

de prins-bisschop

  • Meervoud: de prins-bisschoppen
  • Verkleinwoord: het prins-bisschopje
Betekenis (religie, geschiedenis) christelijke geestelijke die naast de geestelijke macht over een bisdom, ook wereldlijke macht heeft over een bepaald territorium

Zo gebruik je prins-bisschop

Met lidwoordde prins-bisschop
Dit of dezedeze prins-bisschop
Dat of diedie prins-bisschop
Ons of onzeonze prins-bisschop
Jouwjouw prins-bisschop
Elk of elkeelke prins-bisschop
Welk of welkewelke prins-bisschop?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote prins-bisschop, de grote prins-bisschop
Meervoudde prins-bisschoppen, deze prins-bisschoppen

Voorbeeldzinnen met prins-bisschop

  • Het tweede paneel is een portret van een geestelijke die is geïdentificeerd als kardinaal Érard de la Marck (1472-1538), prins-bisschop van Luik.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).