De of het politierechter?

Het juiste lidwoord is:

de politierechter

  • Meervoud: de politierechters
  • Verkleinwoord: het politierechtertje
Betekenis 1. (België) (juridisch, beroep) rechter van een politierechtbank 2. (Nederland) (juridisch, beroep) rechter die alleen rechtspreekt in strafzaken die behandeld kunnen worden door één rechter

Zo gebruik je politierechter

Met lidwoordde politierechter
Dit of dezedeze politierechter
Dat of diedie politierechter
Ons of onzeonze politierechter
Jouwjouw politierechter
Elk of elkeelke politierechter
Welk of welkewelke politierechter?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote politierechter, de grote politierechter
Meervoudde politierechters, deze politierechters

Voorbeeldzinnen met politierechter

  • De van diefstal verdachte man moest voor de politierechter verschijnen.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).