De of het pluk?

Het juiste lidwoord is:

de pluk

  • Meervoud: de plukken
  • Verkleinwoord: het plukje
Betekenis 1. uitgetrokken bundeltje 2. het plukken

Zo gebruik je pluk

Met lidwoordde pluk
Dit of dezedeze pluk
Dat of diedie pluk
Ons of onzeonze pluk
Jouwjouw pluk
Elk of elkeelke pluk
Welk of welkewelke pluk?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote pluk, de grote pluk
Meervoudde plukken, deze plukken

Voorbeeldzinnen met pluk

  • Tom was bloemen aan het plukken.
  • Toen ik naar beneden in de tuin ging, waren daar twee kleine meisjes madeliefjes aan het plukken.
  • Ik ga kruisbessen plukken.

Woorden die eindigen op pluk

haarpluk | appelpluk | groenpluk | fruitpluk

Bij samenstellingen bepaalt het laatste deel het lidwoord. Bekijk de regel

Woorden die beginnen met pluk

plukjas | plukker | pluksel | pluktijd | plukgeld | plukmand | pluksla | pluktuin

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).