De of het appelpluk?

Het juiste lidwoord is:

de appelpluk

Betekenis het oogsten van appels

Zo gebruik je appelpluk

Met lidwoordde appelpluk
Dit of dezedeze appelpluk
Dat of diedie appelpluk
Ons of onzeonze appelpluk
Jouwjouw appelpluk
Elk of elkeelke appelpluk
Welk of welkewelke appelpluk?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote appelpluk, de grote appelpluk

Voorbeeldzinnen met appelpluk

  • De peren- en appelkwekers in het Hageland beleven drukke dagen. De peren zijn zo goed als van de bomen gehaald, de appelpluk staat voor de deur.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).