De of het planker?

Het juiste lidwoord is:

de planker

  • Meervoud: de plankers
Betekenis iemand die op vreemde plaatsen zo stijf als een plank gaat liggen met het gezicht naar beneden en dat laat fotograferen om te publiceren op internet; beoefenaar van planking

Zo gebruik je planker

Met lidwoordde planker
Dit of dezedeze planker
Dat of diedie planker
Ons of onzeonze planker
Jouwjouw planker
Elk of elkeelke planker
Welk of welkewelke planker?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote planker, de grote planker
Meervoudde plankers, deze plankers

Voorbeeldzinnen met planker

  • 'Plankers' kiezen daar meestal de gevaarlijkste plaatsen voor uit, maar de Playmates opteerden voor een bekendere omgeving: een tafel.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).