De of het meubelstuk?

Het juiste lidwoord is:

het meubelstuk

  • Meervoud: de meubelstukken
  • Verkleinwoord: het meubelstukje
Betekenis voorwerp dat behoort tot de inrichting van een kamer, zoals een bank, stoel, tafel, kast, bed etc

Zo gebruik je meubelstuk

Met lidwoordhet meubelstuk
Dit of dezedit meubelstuk
Dat of diedat meubelstuk
Ons of onzeons meubelstuk
Jouwjouw meubelstuk
Elk of elkeelk meubelstuk
Welk of welkewelk meubelstuk?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot meubelstuk, het grote meubelstuk
Meervoudde meubelstukken, deze meubelstukken

Voorbeeldzinnen met meubelstuk

  • Ik maak meubelstukken.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).