De of het passeerstrook?

Het juiste lidwoord is:

de passeerstrook

  • Meervoud: de passeerstroken
  • Verkleinwoord: het passeerstrookje
Betekenis (verkeer) een plaatselijke wegverbreding waar het snellere verkeer langzaam verkeer (zoals een tractor) kan inhalen

Zo gebruik je passeerstrook

Met lidwoordde passeerstrook
Dit of dezedeze passeerstrook
Dat of diedie passeerstrook
Ons of onzeonze passeerstrook
Jouwjouw passeerstrook
Elk of elkeelke passeerstrook
Welk of welkewelke passeerstrook?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote passeerstrook, de grote passeerstrook
Meervoudde passeerstroken, deze passeerstroken

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).