De of het oud-raadslid?

Het juiste lidwoord is:

het oud-raadslid

  • Meervoud: de oud-raadsleden
Betekenis voormalig raadslid

Zo gebruik je oud-raadslid

Met lidwoordhet oud-raadslid
Dit of dezedit oud-raadslid
Dat of diedat oud-raadslid
Ons of onzeons oud-raadslid
Jouwjouw oud-raadslid
Elk of elkeelk oud-raadslid
Welk of welkewelk oud-raadslid?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot oud-raadslid, het grote oud-raadslid
Meervoudde oud-raadsleden, deze oud-raadsleden

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).