De of het bouwmanager?

Het juiste lidwoord is:

de bouwmanager

  • Meervoud: de bouwmanagers
Betekenis (beroep, bouwkunde, economie) zakelijk leider van een bouwproject

Zo gebruik je bouwmanager

Met lidwoordde bouwmanager
Dit of dezedeze bouwmanager
Dat of diedie bouwmanager
Ons of onzeonze bouwmanager
Jouwjouw bouwmanager
Elk of elkeelke bouwmanager
Welk of welkewelke bouwmanager?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote bouwmanager, de grote bouwmanager
Meervoudde bouwmanagers, deze bouwmanagers

Voorbeeldzinnen met bouwmanager

  • De term verraadt het al: een bouwmanager houdt het overzicht bij bouwprojecten en zorgt ervoor dat de verschillende specialisten hun werk op tijd af krijgen.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).