De of het opzegverbod?

Het juiste lidwoord is:

het opzegverbod

  • Meervoud: de opzegverboden
  • Verkleinwoord: het opzegverbodje
Betekenis verbod voor een werkgever om een werknemer in specifieke omstandigheden te ontslaan, zoals tijdens zwangerschap, ziekte (eerste 2 jaar) of bij lidmaatschap van de ondernemingsraad …

Zo gebruik je opzegverbod

Met lidwoordhet opzegverbod
Dit of dezedit opzegverbod
Dat of diedat opzegverbod
Ons of onzeons opzegverbod
Jouwjouw opzegverbod
Elk of elkeelk opzegverbod
Welk of welkewelk opzegverbod?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot opzegverbod, het grote opzegverbod
Meervoudde opzegverboden, deze opzegverboden

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).