De of het eerste-eeuwer?

Het juiste lidwoord is:

de eerste-eeuwer

  • Meervoud: de eerste-eeuwers
  • Verkleinwoord: het eerste-eeuwertje
Betekenis iemand die in de eerste eeuw heeft geleefd

Zo gebruik je eerste-eeuwer

Met lidwoordde eerste-eeuwer
Dit of dezedeze eerste-eeuwer
Dat of diedie eerste-eeuwer
Ons of onzeonze eerste-eeuwer
Jouwjouw eerste-eeuwer
Elk of elkeelke eerste-eeuwer
Welk of welkewelke eerste-eeuwer?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote eerste-eeuwer, de grote eerste-eeuwer
Meervoudde eerste-eeuwers, deze eerste-eeuwers

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).