De of het onweersdag?

Het juiste lidwoord is:

de onweersdag

  • Meervoud: de onweersdagen
Betekenis 1. (meteorologie) etmaal met donder 2. dag die door veel of heftige donderbuien wordt gekenmerkt

Zo gebruik je onweersdag

Met lidwoordde onweersdag
Dit of dezedeze onweersdag
Dat of diedie onweersdag
Ons of onzeonze onweersdag
Jouwjouw onweersdag
Elk of elkeelke onweersdag
Welk of welkewelke onweersdag?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote onweersdag, de grote onweersdag
Meervoudde onweersdagen, deze onweersdagen

Voorbeeldzinnen met onweersdag

  • Een onweersdag is een dag waarop ergens op een weerstation van het KNMI minstens één donderklap wordt gehoord.
  • Wat blijft, ook op deze treurige onweersdag, is de grote schoonheid van het oude Dubrovnik, die weinigen onberoerd heeft gelaten die de stad ooit hebben gezien.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).