De of het beroepsvisser?

Het juiste lidwoord is:

de beroepsvisser

  • Meervoud: de beroepsvissers
  • Verkleinwoord: het beroepsvissertje
Betekenis (beroep) iemand die vissen vangt en verkoopt voor zijn kostwinning

Zo gebruik je beroepsvisser

Met lidwoordde beroepsvisser
Dit of dezedeze beroepsvisser
Dat of diedie beroepsvisser
Ons of onzeonze beroepsvisser
Jouwjouw beroepsvisser
Elk of elkeelke beroepsvisser
Welk of welkewelke beroepsvisser?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote beroepsvisser, de grote beroepsvisser
Meervoudde beroepsvissers, deze beroepsvissers

Voorbeeldzinnen met beroepsvisser

  • Vandaag de dag is er geen enkele beroepsvisser meer over.
  • Dat doet de toezichthouder met behulp van een beroepsvisser.

Woorden die beginnen met beroepsvisser

beroepsvisserij

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).