De of het odontoloog?

Het juiste lidwoord is:

de odontoloog

  • Meervoud: de odontologen
  • Verkleinwoord: het odontoloogje

Zo gebruik je odontoloog

Met lidwoordde odontoloog
Dit of dezedeze odontoloog
Dat of diedie odontoloog
Ons of onzeonze odontoloog
Jouwjouw odontoloog
Elk of elkeelke odontoloog
Welk of welkewelke odontoloog?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote odontoloog, de grote odontoloog
Meervoudde odontologen, deze odontologen

Woorden die eindigen op odontoloog

endodontoloog

Bij samenstellingen bepaalt het laatste deel het lidwoord. Bekijk de regel

Meervoud, verkleinwoord en vertaling: WikiWoordenboek, licentie CC BY-SA 4.0.