De of het bosrupsvogel?

Het juiste lidwoord is:

de bosrupsvogel

  • Meervoud: de bosrupsvogels
  • Verkleinwoord: het bosrupsvogeltje
Betekenis (zangvogels) Ceblepyris caesius een vogel uit de familie van de rupsvogels die in Afrika voorkomt.

Zo gebruik je bosrupsvogel

Met lidwoordde bosrupsvogel
Dit of dezedeze bosrupsvogel
Dat of diedie bosrupsvogel
Ons of onzeonze bosrupsvogel
Jouwjouw bosrupsvogel
Elk of elkeelke bosrupsvogel
Welk of welkewelke bosrupsvogel?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote bosrupsvogel, de grote bosrupsvogel
Meervoudde bosrupsvogels, deze bosrupsvogels

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).