De of het natuurliefhebber?

Het juiste lidwoord is:

de natuurliefhebber

  • Meervoud: de natuurliefhebbers
Betekenis iemand die erg kan genieten van de natuur

Zo gebruik je natuurliefhebber

Met lidwoordde natuurliefhebber
Dit of dezedeze natuurliefhebber
Dat of diedie natuurliefhebber
Ons of onzeonze natuurliefhebber
Jouwjouw natuurliefhebber
Elk of elkeelke natuurliefhebber
Welk of welkewelke natuurliefhebber?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote natuurliefhebber, de grote natuurliefhebber
Meervoudde natuurliefhebbers, deze natuurliefhebbers

Voorbeeldzinnen met natuurliefhebber

  • Het gebied waarin ik veel van mijn jaren als jeugdig natuurliefhebber doorbracht in de late jaren zeventig en de vroege jaren tachtig van de twintigste eeuw waren de weilanden ten noorden en …
  • Zo leende de beroemde natuurliefhebber John James Audubon zijn naam aan een pijlstormvogel, maar hield zijn familie ook slaven.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).