De of het naburigheid?

Het juiste lidwoord is:

de naburigheid

Regel Woorden op -heid: bijna altijd de. Bekijk de regel
Betekenis het feit dat twee zaken aan elkaar grenzen

Zo gebruik je naburigheid

Met lidwoordde naburigheid
Dit of dezedeze naburigheid
Dat of diedie naburigheid
Ons of onzeonze naburigheid
Jouwjouw naburigheid
Elk of elkeelke naburigheid
Welk of welkewelke naburigheid?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote naburigheid, de grote naburigheid

Voorbeeldzinnen met naburigheid

  • Naburigheid van twee erven is eveneens een bloot rechtsfeit.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).