De of het mondkus?

Het juiste lidwoord is:

de mondkus

  • Meervoud: de mondkussen
  • Verkleinwoord: het mondkusje
Betekenis een zoen op de mond

Zo gebruik je mondkus

Met lidwoordde mondkus
Dit of dezedeze mondkus
Dat of diedie mondkus
Ons of onzeonze mondkus
Jouwjouw mondkus
Elk of elkeelke mondkus
Welk of welkewelke mondkus?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote mondkus, de grote mondkus
Meervoudde mondkussen, deze mondkussen

Voorbeeldzinnen met mondkus

  • Op de nonnenschool zat ik in een klas met alleen maar meisjes en onder elkaar werden gesprekken gevoerd over het grote verschil tussen een mondkus en een tongkus.
  • Een mond-op-mondkus.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).