De of het beenstuk?

Het juiste lidwoord is:

het beenstuk

  • Meervoud: de beenstukken
  • Verkleinwoord: het beenstukje
Betekenis (kleding) (deel van) een kledingstuk dat het been bedekt

Zo gebruik je beenstuk

Met lidwoordhet beenstuk
Dit of dezedit beenstuk
Dat of diedat beenstuk
Ons of onzeons beenstuk
Jouwjouw beenstuk
Elk of elkeelk beenstuk
Welk of welkewelk beenstuk?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot beenstuk, het grote beenstuk
Meervoudde beenstukken, deze beenstukken

Voorbeeldzinnen met beenstuk

  • De gewezen Beer van Lemmer, 52 inmiddels, had nimmer kunnen bevroeden dat het antwoord daarop in zoiets onbenulligs zou schuilen als het beenstuk van een schaatspak dat niet aansluit op de schoen van …

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).