De of het moëed?

Het juiste lidwoord is:

de moëed

  • Meervoud: de moadiem
Betekenis (Jiddisch-Hebreeuws) feestdag, vreugdefeest

Zo gebruik je moëed

Met lidwoordde moëed
Dit of dezedeze moëed
Dat of diedie moëed
Ons of onzeonze moëed
Jouwjouw moëed
Elk of elkeelke moëed
Welk of welkewelke moëed?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote moëed, de grote moëed
Meervoudde moadiem, deze moadiem

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).