De of het midzomertijd?

Het juiste lidwoord is:

de midzomertijd

  • Meervoud: de midzomertijden
Betekenis de periode van het jaar rond 21 juni (op het noordelijke halfrond)

Zo gebruik je midzomertijd

Met lidwoordde midzomertijd
Dit of dezedeze midzomertijd
Dat of diedie midzomertijd
Ons of onzeonze midzomertijd
Jouwjouw midzomertijd
Elk of elkeelke midzomertijd
Welk of welkewelke midzomertijd?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote midzomertijd, de grote midzomertijd
Meervoudde midzomertijden, deze midzomertijden

Voorbeeldzinnen met midzomertijd

  • Voor Lauritz was het licht minder romantisch. In de midzomertijd werd als het weer het toeliet het hooi binnengehaald op Osteroy.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).