De of het beschouwer?

Het juiste lidwoord is:

de beschouwer

  • Meervoud: de beschouwers
Betekenis iemand die iets bekijkt

Zo gebruik je beschouwer

Met lidwoordde beschouwer
Dit of dezedeze beschouwer
Dat of diedie beschouwer
Ons of onzeonze beschouwer
Jouwjouw beschouwer
Elk of elkeelke beschouwer
Welk of welkewelke beschouwer?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote beschouwer, de grote beschouwer
Meervoudde beschouwers, deze beschouwers

Voorbeeldzinnen met beschouwer

  • Quispel had eens een schilderij van Klee gezien, De opstand der viaducten, waarop viaducten van verschillende grootte, gedragen door stenen voeten, in de richting van de beschouwer oprukten.
  • "De foto’s hebben zulk een kleurenpracht, dat de beschouwer bijna geen woorden vinden kan om aan zijn bewondering uitdrukking te geven."

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).