De of het maaitijd?

Het juiste lidwoord is:

de maaitijd

  • Meervoud: de maaitijden
Betekenis de periode van het jaar dat (het gras) afgeknipt wordt, hooitijd

Zo gebruik je maaitijd

Met lidwoordde maaitijd
Dit of dezedeze maaitijd
Dat of diedie maaitijd
Ons of onzeonze maaitijd
Jouwjouw maaitijd
Elk of elkeelke maaitijd
Welk of welkewelke maaitijd?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote maaitijd, de grote maaitijd
Meervoudde maaitijden, deze maaitijden

Voorbeeldzinnen met maaitijd

  • De maaitijd voor grasland begint in mei.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).