De of het luisouder?

Het juiste lidwoord is:

de luisouder

  • Meervoud: de luisouders
Betekenis (onderwijs) ouder die basisschoolleerlingen controleert op de aanwezigheid van hoofdluizen

Zo gebruik je luisouder

Met lidwoordde luisouder
Dit of dezedeze luisouder
Dat of diedie luisouder
Ons of onzeonze luisouder
Jouwjouw luisouder
Elk of elkeelke luisouder
Welk of welkewelke luisouder?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote luisouder, de grote luisouder
Meervoudde luisouders, deze luisouders

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).