De of het liesblessure?

Het juiste lidwoord is:

de liesblessure

  • Meervoud: de liesblessures / liesblessuren
Betekenis (sport, medisch) letsel van spieren en pezen aan de binnenzijde van het bovenbeen

Zo gebruik je liesblessure

Met lidwoordde liesblessure
Dit of dezedeze liesblessure
Dat of diedie liesblessure
Ons of onzeonze liesblessure
Jouwjouw liesblessure
Elk of elkeelke liesblessure
Welk of welkewelke liesblessure?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote liesblessure, de grote liesblessure
Meervoudde liesblessures, deze liesblessures

Voorbeeldzinnen met liesblessure

  • Bij FC Groningen zat Robben voor het eerst weer op de bank, nadat hij op 13 september in de eerste wedstrijd van het seizoen, tegen PSV, met een liesblessure het veld had moeten verlaten.
  • Met de in de kleedkamer gebleven Lammers zorgde Morten Thorsby na rust wel voor de 2-0. De zorgen voor Atatanta werden vervolgens groter toen De Roon met een liesblessure het veld moest verlaten.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).