De of het kostganger?

Het juiste lidwoord is:

de kostganger

  • Meervoud: de kostgangers
  • Verkleinwoord: het kostgangertje
Betekenis iemand die (tegen betaling) bij iemand anders voeding en onderdak ontvangt

Zo gebruik je kostganger

Met lidwoordde kostganger
Dit of dezedeze kostganger
Dat of diedie kostganger
Ons of onzeonze kostganger
Jouwjouw kostganger
Elk of elkeelke kostganger
Welk of welkewelke kostganger?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote kostganger, de grote kostganger
Meervoudde kostgangers, deze kostgangers

Voorbeeldzinnen met kostganger

  • Samen inspecteerden we de kelder, die blank stond van de wijn. Voor hun laatste kruik hadden onze kostgangers eenvoudig met hamer en beitel een vat stukgeslagen.
  • Elk jaar oefenen de oppassers in het onschadelijk maken van een uitgebroken kostganger.

Woorden die beginnen met kostganger

kostgangerboleet

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).