De of het levensgezellin?

Het juiste lidwoord is:

de levensgezellin

  • Meervoud: de levensgezellinnen
Betekenis vrouw waarmee men samenleeft

Zo gebruik je levensgezellin

Met lidwoordde levensgezellin
Dit of dezedeze levensgezellin
Dat of diedie levensgezellin
Ons of onzeonze levensgezellin
Jouwjouw levensgezellin
Elk of elkeelke levensgezellin
Welk of welkewelke levensgezellin?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote levensgezellin, de grote levensgezellin
Meervoudde levensgezellinnen, deze levensgezellinnen

Voorbeeldzinnen met levensgezellin

  • En deze vrouw, viel Nikolaj Levin hem in de rede, op haar wijzend, is mijn levensgezellin, Masja Nikolajevna.
  • Zijn Russische levensgezellin heeft bekend er een relatie met de priester op na te hebben gehouden. Maar ze wist niets van de gewelddadige plannen van Georgi, vertelde ze tijdens haar verhoor.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).