De of het chocolademaker?

Het juiste lidwoord is:

de chocolademaker

  • Meervoud: de chocolademakers
  • Verkleinwoord: het chocolademakertje
Betekenis 1. (economie, snoepgoed, beroep) persoon die of bedrijf dat chocolade produceert 2. (techniek, huishouden) apparaat om chocolade mee te bereiden

Zo gebruik je chocolademaker

Met lidwoordde chocolademaker
Dit of dezedeze chocolademaker
Dat of diedie chocolademaker
Ons of onzeonze chocolademaker
Jouwjouw chocolademaker
Elk of elkeelke chocolademaker
Welk of welkewelke chocolademaker?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote chocolademaker, de grote chocolademaker
Meervoudde chocolademakers, deze chocolademakers

Voorbeeldzinnen met chocolademaker

  • Een elektrische chocolademaker.
  • De fameuze chocolademaker Droste heeft hun historische collectie met onder andere serviezen, verpakkingen en reclameposters aan hun uitgeleend voor een tentoonstelling.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).