De of het eiergerecht?

Het juiste lidwoord is:

het eiergerecht

  • Meervoud: de eiergerechten
  • Verkleinwoord: het eiergerechtje
Betekenis een gerecht waarbij eieren het hoofdingrediënt zijn

Zo gebruik je eiergerecht

Met lidwoordhet eiergerecht
Dit of dezedit eiergerecht
Dat of diedat eiergerecht
Ons of onzeons eiergerecht
Jouwjouw eiergerecht
Elk of elkeelk eiergerecht
Welk of welkewelk eiergerecht?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot eiergerecht, het grote eiergerecht
Meervoudde eiergerechten, deze eiergerechten

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).