De of het lector?

Het juiste lidwoord is:

de lector

  • Meervoud: de lectoren / lectors
Betekenis 1. (onderwijs, beroep, wetenschap) docent aan een universiteit, een rang lager dan hoogleraar 2. (beroep) manuscriptenlezer voor een uitgeverij

Zo gebruik je lector

Met lidwoordde lector
Dit of dezedeze lector
Dat of diedie lector
Ons of onzeonze lector
Jouwjouw lector
Elk of elkeelke lector
Welk of welkewelke lector?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote lector, de grote lector
Meervoudde lectoren, deze lectoren

Woorden die eindigen op lector

deflector | winddeflector | reflector | spaakreflector | paraboolreflector | fietsreflector | collector | zonnecollector

Bij samenstellingen bepaalt het laatste deel het lidwoord. Bekijk de regel

Woorden die beginnen met lector

lectoraat

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).