De of het krommer?

Het juiste lidwoord is:

de krommer

  • Meervoud: de krommers
  • Verkleinwoord: het krommertje
Betekenis 1. stuk hout met een gebogen vorm 2. (bouwkunde, scheepvaart): staander met een gebogen vorm, bijvoorbeeld als deel van spant

Zo gebruik je krommer

Met lidwoordde krommer
Dit of dezedeze krommer
Dat of diedie krommer
Ons of onzeonze krommer
Jouwjouw krommer
Elk of elkeelke krommer
Welk of welkewelke krommer?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote krommer, de grote krommer
Meervoudde krommers, deze krommers

Voorbeeldzinnen met krommer

  • Het Hamburgse, overzeese en bovenlandse hout werd aangeleverd als rechthout en krommers (speciaal kromgegroeide bomen) …
  • De oorspronkelijke constructie zal bestaan hebben uit krommers aan één stuk.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).