De of het implantaat?

Het juiste lidwoord is:

het implantaat

  • Meervoud: de implantaten
  • Verkleinwoord: het implantaatje
Betekenis (medisch) een stof, voorwerp, toestel etc. dat in een lichaam wordt aangebracht

Zo gebruik je implantaat

Met lidwoordhet implantaat
Dit of dezedit implantaat
Dat of diedat implantaat
Ons of onzeons implantaat
Jouwjouw implantaat
Elk of elkeelk implantaat
Welk of welkewelk implantaat?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot implantaat, het grote implantaat
Meervoudde implantaten, deze implantaten

Voorbeeldzinnen met implantaat

  • Een tand kan worden vervangen door een implantaat.
  • Een cochleair implantaat bestaat uit een prothese in het binnenoor die doven kan doen horen.

Woorden die eindigen op implantaat

bilimplantaat | evenwichtsimplantaat | borstimplantaat

Bij samenstellingen bepaalt het laatste deel het lidwoord. Bekijk de regel

Woorden die beginnen met implantaat

implantaatoverkappingprothese

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).