De of het binnenkoer?

Het juiste lidwoord is:

de binnenkoer

  • Meervoud: de binnenkoeren
  • Verkleinwoord: het binnenkoertje
Betekenis een open ruimte omringd door gebouwen, vaak tussen voor- en achterhuis

Zo gebruik je binnenkoer

Met lidwoordde binnenkoer
Dit of dezedeze binnenkoer
Dat of diedie binnenkoer
Ons of onzeonze binnenkoer
Jouwjouw binnenkoer
Elk of elkeelke binnenkoer
Welk of welkewelke binnenkoer?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote binnenkoer, de grote binnenkoer
Meervoudde binnenkoeren, deze binnenkoeren

Voorbeeldzinnen met binnenkoer

  • Terwijl het rumoer van de Brussels Jazz Marathon op de markt binnen nog vaag klinkt …
  • Verraad bracht haar in Mechelen, op de vreselijke ”binnenkoer” van de Dossinkazerne.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).