De of het kleinverbruiker?

Het juiste lidwoord is:

de kleinverbruiker

  • Meervoud: de kleinverbruikers
Betekenis particuliere personen die slechts kleine hoeveelheden van een bepaald product afnemen (vaak gebruikt bij gas- en elektriciteitsgebruikers)

Zo gebruik je kleinverbruiker

Met lidwoordde kleinverbruiker
Dit of dezedeze kleinverbruiker
Dat of diedie kleinverbruiker
Ons of onzeonze kleinverbruiker
Jouwjouw kleinverbruiker
Elk of elkeelke kleinverbruiker
Welk of welkewelke kleinverbruiker?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote kleinverbruiker, de grote kleinverbruiker
Meervoudde kleinverbruikers, deze kleinverbruikers

Voorbeeldzinnen met kleinverbruiker

  • Het kleinschalig, duurzaam opwekken van (zonne-)energie waarvoor geen rijkssubsidie wordt ontvangen …

Woorden die beginnen met kleinverbruiker

kleinverbruikersheffing

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).