De of het busbouwer?

Het juiste lidwoord is:

de busbouwer

  • Meervoud: de busbouwers
Betekenis bedrijf dat autobussen produceert

Zo gebruik je busbouwer

Met lidwoordde busbouwer
Dit of dezedeze busbouwer
Dat of diedie busbouwer
Ons of onzeonze busbouwer
Jouwjouw busbouwer
Elk of elkeelke busbouwer
Welk of welkewelke busbouwer?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote busbouwer, de grote busbouwer
Meervoudde busbouwers, deze busbouwers

Voorbeeldzinnen met busbouwer

  • Keolis had verzwegen dat het geheime afspraken had gemaakt met een Chinese busbouwer.
  • Verder meldde truck- en busbouwer Navistar (min 0,5 procent) dat in het afgelopen kwartaal minder nettowinst werd geboekt dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).