De of het kanonschot?

Het juiste lidwoord is:

het kanonschot

  • Meervoud: de kanonschoten
Betekenis de keer dat men een kanon afvuurt

Zo gebruik je kanonschot

Met lidwoordhet kanonschot
Dit of dezedit kanonschot
Dat of diedat kanonschot
Ons of onzeons kanonschot
Jouwjouw kanonschot
Elk of elkeelk kanonschot
Welk of welkewelk kanonschot?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot kanonschot, het grote kanonschot
Meervoudde kanonschoten, deze kanonschoten

Voorbeeldzinnen met kanonschot

  • Met als klapstuk - letterlijk - een kanonschot in Tsjaikovski's 'Ouverture 1812'.
  • Volgens plaatselijke media worden er dit jaar in Windsor op 21 april geen 21 kanonschoten afgeschoten te ere van de jarige vorstin, omdat het Pasen is. Dat eerbetoon is naar maandag verplaatst.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).