De of het jongelingsjaren?

Het juiste lidwoord is:

de jongelingsjaren

  • Meervoud: de jongelingsjaren
Betekenis de periode dat men een jong persoon is

Zo gebruik je jongelingsjaren

Met lidwoordde jongelingsjaren
Dit of dezedeze jongelingsjaren
Dat of diedie jongelingsjaren
Ons of onzeonze jongelingsjaren
Jouwjouw jongelingsjaren
Elk of elkeelke jongelingsjaren
Welk of welkewelke jongelingsjaren?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote jongelingsjaren, de grote jongelingsjaren
Meervoudde jongelingsjaren, deze jongelingsjaren

Voorbeeldzinnen met jongelingsjaren

  • En met de luchtige en naïeve openhartigheid van een Fransman vertelde de kapitein Pierre over de geschiedenis van zijn voorouders, over zijn kinderjaren, zijn jeugd en zijn jongelingsjaren …
  • Wie de mens Tolstoj en zijn opvattingen wil leren kennen, kan –naast zijn ”Studentenjaren (ook wel: ”Jongelingsjaren”) en ”Mijn Biecht”– het beste terecht bij ”De Weg van het Leven”.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).