De of het lentevakantie?

Het juiste lidwoord is:

de lentevakantie

  • Meervoud: de lentevakanties
  • Verkleinwoord: het lentevakantietje
Regel Woorden op -tie en -sie: bijna altijd de. Bekijk de regel
Betekenis in vakantie in het voorjaar

Zo gebruik je lentevakantie

Met lidwoordde lentevakantie
Dit of dezedeze lentevakantie
Dat of diedie lentevakantie
Ons of onzeonze lentevakantie
Jouwjouw lentevakantie
Elk of elkeelke lentevakantie
Welk of welkewelke lentevakantie?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote lentevakantie, de grote lentevakantie
Meervoudde lentevakanties, deze lentevakanties

Voorbeeldzinnen met lentevakantie

  • Met de lentevakantie voor de deur zal het aantal meldingen ongetwijfeld verder stijgen, zegt SOS International.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).