De of het jeugdspeler?

Het juiste lidwoord is:

de jeugdspeler

  • Meervoud: de jeugdspelers
  • Verkleinwoord: het jeugdspelertje
Betekenis (sport) een sporter die op basis van zijn kalenderleeftijd tot de jeugd wordt gerekend

Zo gebruik je jeugdspeler

Met lidwoordde jeugdspeler
Dit of dezedeze jeugdspeler
Dat of diedie jeugdspeler
Ons of onzeonze jeugdspeler
Jouwjouw jeugdspeler
Elk of elkeelke jeugdspeler
Welk of welkewelke jeugdspeler?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote jeugdspeler, de grote jeugdspeler
Meervoudde jeugdspelers, deze jeugdspelers

Voorbeeldzinnen met jeugdspeler

  • "Als jeugdspeler kon ik best aardig ballen.
  • Na een klein uur wordt Ihattaren naar de kant gehaald en zien we de zoveelste jeugdspeler voor hem in het veld komen.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).