De of het instrumentenmaker?

Het juiste lidwoord is:

de instrumentenmaker

  • Meervoud: de instrumentenmakers
Betekenis 1. (beroep) persoon die precisiewerktuigen maakt 2. (beroep) persoon die muziekinstrumenten maakt

Zo gebruik je instrumentenmaker

Met lidwoordde instrumentenmaker
Dit of dezedeze instrumentenmaker
Dat of diedie instrumentenmaker
Ons of onzeonze instrumentenmaker
Jouwjouw instrumentenmaker
Elk of elkeelke instrumentenmaker
Welk of welkewelke instrumentenmaker?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote instrumentenmaker, de grote instrumentenmaker
Meervoudde instrumentenmakers, deze instrumentenmakers

Voorbeeldzinnen met instrumentenmaker

  • De school bestaat dit jaar 115 jaar, en leidt op tot precisie-instrumentenmaker.
  • Hij is instrumentenmaker en zette zich tijdens de epidemie in als vrijwilliger.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).