De of het tijdgenoot?

Het juiste lidwoord is:

de tijdgenoot

  • Meervoud: de tijdgenoten
  • Verkleinwoord: het tijdgenootje
Betekenis iemand die in dezelfde historische periode leefde

Zo gebruik je tijdgenoot

Met lidwoordde tijdgenoot
Dit of dezedeze tijdgenoot
Dat of diedie tijdgenoot
Ons of onzeonze tijdgenoot
Jouwjouw tijdgenoot
Elk of elkeelke tijdgenoot
Welk of welkewelke tijdgenoot?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote tijdgenoot, de grote tijdgenoot
Meervoudde tijdgenoten, deze tijdgenoten

Voorbeeldzinnen met tijdgenoot

  • Mursilli II van het Hettietenrijk was een tijdgenoot van Seti I van Egypte.

Woorden die eindigen op tijdgenoot

leeftijdgenoot

Bij samenstellingen bepaalt het laatste deel het lidwoord. Bekijk de regel

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).